Zoeken in deze blog

vrijdag 29 mei 2015

donderdag 28 mei 2015

1942. Hotel Splendid


1942, bouwjaar O.111


Alfons Pieterslaan 1942

(vliz.be)

Afbraak van het Kursaal door de Duitse bezetter, aanvang der werken 28 september 1942 .

Het kursaal moest plaats maken voor een bunker en afweergeschut . het gebouw bevatte veel ijzer en koper die door de bezetter gretig benuttigd werden in de wapenindustrie .

(collectie Nick Vanslembrouck)

De Heilig Hartkerk na de bombardementen in 1942

(collectie Nick Vanslembrouck)

1941-1944. Oswherlu in 1942.


Oswherlu ontstond reeds in 1929, maar men wachtte tot in 1931 om zich als competitieve club te laten registreren.
Oswherlu is de samentrekking van de drie voornamen Oswald, Herman en Luc, oftewel de drie zonen Chatlen
die op ouderlijke grond te Mariakerke voor tennis opteerden; ze smeekten net zo lang tot ze van hun moeder op haar grond
een tennisveld mochten aanleggen.

Collega-studenten van de gebroeders kwamen op de door hen gestichte club af en al gauw werd een clubhouse opgericht, wat een waar succes werd.
De eerste voorzitter was Louis Kesteloot. Andere vooroorlogse presidenten waren Edward Piers, Robert Vanneste en Jean Petit.
De Duitsers gaven in 1942 het bevel de bar te slopen. Het kostte bloed, zweet en tranen om na de wereldbrand de tennisclub her op te bouwen.
Vanaf 1971 werd de club uitgebaat door Guido Derycker en Eliane Gombert; de club telde destijds een 75-tal leden.
In 1974 werd het voortbestaan van de club door wijlen schepen Felix behartigd, die het complex als stadspatrimonium verwierf
en in 1979 verder uitbouwde met de aanleg van een derde terrein en het opstellen van de verlichtingsfaciliteiten.
Na jarenlang de populaire ?barmoeder? te zijn geweest, gaf Eliane in 2002 de fakkel door aan Patrick Dekeyser,
die zich al snel inburgerde en tot ieders tevredenheid voor de nodige activiteit en sfeer zorgde in de club die ons allen zo na aan het hart ligt.
In maart 2007 werd er een nieuwe concessie uitgeschreven door Stad Oostende, die werd uiteindelijk toegekend aan Peter Defloor en Patrick Dekeyser die daarvoor een nieuw vennotschap oprichtten.
Met vereende krachten werd er meteen een nieuwe start genomen. Het terras werd volledig vernieuwd en uitgebreid en er werd een menukaart geintroduceerd die in de loop van het seizoen en tot ieders tevredenheid een voltreffer bleek te zijn.

1941. "Onze" maalboten veranderd in oorlogsschepen.




1941. "Onze" maalboten veranderd in oorlogsschepen.

De Prince Leopold:
Op 16 mei 1940 in de vooravond verliet de ”Prince Leopold”, samen met de “Princesse Josephine Charlotte” en de “Prince Philippe” de haven van Oostende. Aan boord waren heel wat Belgische vluchtelingen. Aanvankelijk hadden de maalboten als bestemming de Franse havensteden Dieppe en Le Havre, maar omwille van het groot mijngevaar en de aanvallen van Duitse vliegtuigen werden de boten afgeleid naar de Engelse havenstad Folkestone en daarna naar Southampton, waar zij op 18 mei 1940 aanmeerde. Aanvankelijk was het de bedoeling de boot om te bouwen tot een hospitaalschip, maar de Britse Admiraliteit kwam op haar beslissing terug.
Van 23 mei 1940 tot en met 28 september 1940 werd ze ter beschikking gesteld van het “Ministry of War Transport” (het Britse Ministerie van Oorlogsvervoer – M.O.W.T.). Zij nam deel aan de ontruiming van de Engelse troepen uit Bretagne en Normandië . Van 18 juni 1940 tot 22 september 1940 vaarde de “Prince Leopold” met een Belgische bemanning, maar wel voor rekening van het M.O.W.T.
Op 23 september 1940 werd ze opgevorderd door de Royal Navy (volgens een andere bron gebeurde dat pas op 28 september 1940) .In januari 1941 werd de boot naar Devonport overgebracht, alwaar ze zij vanaf 6 maart 1941 omgebouwd tot een landingsboot ( “Infantry Assault Ship”). Zij werd vooorzien van 8 landingsboten. Op 6 mei 1941 werd de boot herdoopt tot “HMS Prince Leopold” – LSI(S)-4251.
In de nacht van 27 op 28 september 1941 bracht zij Engelse Commando’s van het N° 1 Commando naar de stranden van Ponte de Saire (bij St Vaast – Caen) met de bedoeling enkele Duitse soldaten krijgsgevangen te nemen. De Commando’s konden wel enkele Duitsers doden, maar konden geen krijgsgevangenen meebrengen.
In de nacht van 22 op 23 november 1941 bracht zij 90 commando’s van het No 9 Commando naar de Butte de Houlgate met al doel de batterij van Tournebride te vernietigen. Codenaam voor deze operatie was “Operation Sunstar”. De commando’s slaagden niet in hun opzet, maar bekwamen toch zeer belangrijke informatie
In 1941 (van 26 tot 28 december) werd zij ingezet op de landing bij Vaagso (Noorwegen).
Op 18 en 19 augustus 1942 was zij betrokken bij de raid op Dieppe (code-naam “Operation Jubilee”). Het werd een bloedige en mislukte aanval waarbij meer dan 3000 geallieerde slachtoffers vielen.
Op 8 juli 1943 nam zij deel aan de landing op Sicilië (codenaam “Operation Husky” & “Dime Landing”). Zij vervoerde het 4th Ranger battallon) en diende daarna als troepentransportschip tussen Algiers en Malta en Sicilië.
Op 9 september 1943 zette de “HMS Prince Leopold” Amerikaanse Rangers op het strand van Amalfi, in de baai van Salerno (Italië). Eind 1943 vaarde zij af uit Gibraltar met bestemming Falmouth.
Op 6 juni 1944 nam de “HMS Prince Leopold” deel aan de landing op Normandië – Omaha Beach, met o.a. de 5th Ranger Battallon.
De “HMS Prince Leopold” werd op 29 juli 1944, nabij het eiland Wight, getorpedeerd op door de Duitse onderzeeboot U-621 (onder de leiding van Oberleutnant zur See Hermann Stückmann). Er vielen 17 doden en 13 gewonden (volgens ww2 People’s War, een site van de BBC), volgens een andere bron waren er 54 doden.
Princesse Marie José
Op 17 mei 1940 vertrok de “Princesse Marie José” uit Oostende met aan boord vluchtelingen voor Folkestone en vandaar naar Southampton.
Onmiddellijk na haar aankomst in Groot Brittanie werd de “Princesse Marie-Jose” belast met reizigersvervoer voor rekening van het Ministerie van Oorlogsvervoer (Ministry of War Transport)
Op 17 september 1940 werd zij afgestaan aan de Admiraliteit (Royal Navy) die haar tot opleidingsschip voor anti-duikbootdienst (Asdic Training Ship) deed ombouwen. Haar naam was ondertussen veranderd in “Southern Isles” Deze naam behield zij tot 3 maart 1941 Zij werd bewapend en kreeg op 3 maart 1941 de naam “HMS Nemesis“.
In 1943 belandde zij als stationnair in de marinebasis in ijsland. Voor de derde maal werd zij aldaar op 6 oktober 1942 herdoopt tot “HMS Baldur“.
Na het stopzetten van de vijandelijkheden in juni 1945 ,keerde het inmiddels op 4 juni 1945 herdoopte “HMS Nemenis” naar Engeland terug. Deze naam behield zij tot 12 juli 1945. Op last van het Ministerie van Oorlogsvervoer werd het te Antwerpen omgebouwd voor burgerlijk vervoer.
Stippen wij nog aan dat achteraf de “Princesse Marie José” gebruikt werd als opleidingsbasis door onze Zeemacht te Oostende. In 1947 werd zij, gelet op de ouderdom en de slechte toestand waarin zij zich bevond verkocht om gesloopt te worden bij Van Heyghem Frères.
Prince Charles.
Op 17 mei 1940 bracht de “Prince Charles” Belgische vluchtelingen naar de haven vanFolkestone en vaarde dan door naar Southampton, waar het op 18 mei aanmeerde
Van 30 mei 1940 tot 21 september 1940 vaarde het, met een Belgische bemanning, voor rekening van het Britse Ministerie voor Oorlogsvervoer (Ministry of War Transport – M.O.W.T.) Eerst werd ze ingezet voor de aanvoer van Britse troepen naar Cherbourg, maar vanaf 11 juni 1940 werd ze ingezet voor de evacuatie van het 2e Brits Expeditie Korps
Op 22 september 1940 werd het schip overgedragen aan de Royal Navy . In december 1940 werd de “Prince Charles”, samen met de “Prince Leopold” afgeleverd aan de scheepswerf van Silley Cox te Falmouth voor de ombouw tot eeen “Infantry Landing Ship” (L.S.I.) en werd het op 6 maart 1941 herdoopt tot “HMS Prince Charles”- pennant no 4120.
Op 18 en 19 augustus nam het deel aan de aanval op het Franse stadje Dieppe (Operation Jubilee). Deze operatie was een volledige mislukking en meer dan drieduizend Canadezen en heel wat bemanningsleden van de landingsboten lieten er het leven.
In mei en juni 1943 vaarde de de “HMS Prince Charles”, samen met andere boten richting Noord Afrika (via Gibraltar) om deel te nemen aan de voorziene invasie van Italië. Zij nam op 10 juli 1943 deel aan de operatie Husky (landing op Sicilië) en op 9 september 1943 bracht zij Amerikaanse Rangers aan wal op het strand van Amalfi tijdens de operatie Avalanche. Tot eind september werd zij ingezet voor het transport van troepen in het Middellandse zeegebied en in oktober 1943 keerde zij terug naar de haven van Falmouth . (Gr. Br)
Op 6 juni 1944 nam zij deel aan de landing in Normandië. Zij bracht Amerikaanse troepen (o.a. de US Rangers) naar Omaha
In augustus 1944 werd de “HMS Prince Charles”, in de omgevoing van de Normandische kust, getroffen door een torpedo. Het werd drijvend overgebracht naar de haven van Penarth voor herstel van de schade en de transformatie tot een gewone troepentransportschip.
Op 21 december 1944 werd de “HMS Prince Charles” opnieuw overgedragen aan de M.O.W.T. (Ministry of War Transport) en vaarde het onder de Britse handelsvlag (Red Ensign)
Op 15 juni 1946 werd het schip teruggegeven aan de Belgische Staat en na de nieuwe omvorming tot het gewone paketboot op de scheepswerven van Cockerill te Hoboken,. Onder de vroegere naam “Prince Charles” werd het vanaf 11 november 1946 opnieuw in dienst gezet van de lijn Oostende-Dover.
(oostendenostalgie)

woensdag 27 mei 2015

1940. Ooststraat


1940. Kapucijnenstraat


1940. Blauwkasteelstraat


1940. Vlaanderenstraat



1940. Wapenplein








1940. De Zeedijk





Na vernietiging van het Kursaal door de Duitsers in 1940


1940. De rest van Hotel Splendid.


Deze "Liggende figuur / De Zee" werd gemaakt in gips in 1940 door de beeldhouwer GRARD. Dit is niet bewaard gebleven. Grard hernaam deze studie voor het realiseren van het definitieve beeld.


De Cierk in 1940


Kapellestraat in 1940


Fort Napoleon in 1940


De Breydelstraat in 1940

(collectie Daniel Lamoot)