Het stationsgebouw werd gebouwd in belle-époquestijl en vangt zowel treinreizigers als (vroeger) bootreizigers op.
De spoorwegarchitecten Otten en Franz Seulen overspanden de centrale
stationshal met een metaalstructuur die zichtbaar is in de voorgevel.
Het verving een houten constructie, gebouwd in 1904, dat diende om een
verbinding te maken tussen de internationale treinverbindingen en de
boot naar Dover.
De constructie van het nieuwe kaaistation begon in 1910 en het gebouw werd op 1 augustus 1913
ingehuldigd. De belle-époquestijl was geïnspireerd op het classicisme
van de Franse 17de-eeuwse architect François Mansart, met elementen van
Lodewijk XVI-stijl en enkele art-nouveau details.
Twee zware,
vooruitspringende, vierkante torengebouwen met piramidevormige
dakbedekking bepalen het karakteristieke uitzicht van de voorgevel van
het station. Een koepel met glaswerk en versierd met twee pinakels
overspant met gietijzeren boogspant de ruimte tussen deze twee torens en
vormt de wachtzaal voor de reizigers. Tussen de rechtse toren en de
sporen werd een gelijkaardige koepel opgericht. Maar deze werd reeds in
1914 onherstelbaar vernield door het oorlogsgeweld.
Het station werd gebouwd met blauwe hardsteen uit Zinnik, rode Schotse graniet en witte Franse Euville.
De A-monogrammen in de gevel verwijzen naar de regeerperiode van koning
Albert I. In het station is er ook een koninklijk salon (lange tijd het
kantoor van de stationschef) en een hotel. Hotel Terminus was tot de
jaren zestig operationeel, maar bleek door de afname van het aantal
vaarten niet meer rendabel en werd gesloten. In 2007 werd het hotel,
gebouwd tussen 1907 en 1913, opgekocht door een projectontwikkelaar.
Het station is thans geklasseerd.
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten